Shaolin Kempo

Kempo is een Japanse term die men gebruikt om vechtkunstsystemen aan te duiden die met China verband hebben. Vrij vertaald betekent 'Kempo' zoveel als 'weg of wet van de vuist' of wel 'vuistmethode'. Het Shaolin Kempo is van oorsprong ontworpen door de Shaolin monniken in China.

Binnen het Shaolin Kempo zoals men dat vandaag de dag in Nederland kent, zijn er twee stromingen te onderscheiden. Een van deze stromingen kenmerkt zich door een sterke gelijkenis met Japanse vechtkunsten zoals het Karate. De andere stroming laat zich kenmerken door een stijl en bewegingsleer, die meer verwantschap vertoont met de Chinese gevechtskunsten.

Kata's

Saifa Shodan

Saifa Nidan

Saifa Sandan

Saifa Yondan

Saifa Godan

Shaolin Kuen

Kempo Serie's

1e Kempo Serie

Full-Kempo

Full-Kempo

Geschiedenis

Weg of wet van de vuist

Vechten is zo oud als de mensheid, om te overleven is altijd al gebruik gemaakt van hand en voet. Later ontwikkelde de mens wapens zoals; de knots, de stok, de bijl, de pijl en boog en nog vele andere om nog beter te kunnen overleven. Het was in China, waar de kunst om te overleven werd omgevormd tot een levensfilosofie. Er is geen volledige beschrijving over het ontstaan van de vechtkunst zoals wij die kennen. Het enige wat wij weten is geschreven in het 'Book of Rites'. Dit is geschreven in de Zhou-dynastie (1122 - 256 voor Chr.).

De verschillende Chinese vechtkunst stijlen die we heden ten dage kennen zijn slechts een paar van vele, gevormd van generatie op generatie. Sommige stijlen worden uitsluitend getraind in het gebruik van wapens zoals; de speer, de stok, de hellebaard, de drietand, het zwaard en de bijl. Maar de stijlen in de ongewapende vechtkunst zijn veel groter dan die met wapens.

Vechtkunst, levenstijl en bewegingsleer

De vechtkunst stijlen kan je onder verdelen in twee categorieën namelijk de zachte en de harde stijlen. Al moet je deze dan geen stijlen noemen maar methoden. Deze stijlen worden meestal gebaseerd op de filosofie van de kosmos of op de natuur. Zo zou men kunnen zeggen dat de zachte stijlen zoals; Pa Kua, Hsing i, Tai Chi, enz. gebaseerd zijn op de kosmos filosofie. De harde stijlen zijn afgeleid uit de natuur of uit de dierenwereld. Onder de harde stijlen verstaan we o.a.; de beide Shaolin stijlen (de Noord Shaolin met zijn verscheidenheid aan hoge traptechnieken en korte handtechnieken en de Zuid Shaolin met zijn lange handtechnieken en lage beentechnieken gericht op vitale delen en gewrichten), de Choi Lai Fut, de Hop Gar, de Hung gar, de White Crane of Pak Ho, Shang Tung, de Kun Tao en het Kempo.

Het leren van een Chinese vechtkunst verlangt een grote opoffering en een grote mate van zelfdiscipline, om het geduld op te kunnen brengen te trainen en het steeds maar herhalen van de technieken die men geleerd heeft. Een leerling zal moeten begrijpen dat een vechtkunst niet in enkele jaren te leren is en dat als men zelf eenmaal les geeft men eigenlijk nog steeds leert. Misschien zal het lang duren eer hij iets begrijpt van wat hij geleerd heeft, maar als men steeds de geleerde technieken blijft herhalen zal men dit vanzelf leren begrijpen.

De oorsprong van Shaolin

De Shaolin tempel was gelegen in het Songshan gebergte in de provincie Honan. Het klooster had twaalf hoge en lage plateaus en was omringd door een hoge waterval. Zodoende konden de monniken alles wat zij nodig hadden in de omgeving vinden. De naam 'Shaolin' betekent 'jong woud'. De geschiedenis vertelt ons dat in de 16e eeuw (1520 na Chr.) een monnik van de Shan tempel uit India, in het klooster arriveerde. Hij kwam om de monniken onderricht te geven in de leer van Boeddha. Hij was een man die geloofde in lichamelijke training ter verbetering van de meditatie. Vooral toen hij zag hoe snel de monniken moe en afgeleid waren. Hij ontwikkelde een serie lichaamsoefeningen en sets, in totaal 82 vormen, welke later zijn terug gebracht tot 18. De sets zijn later bekend geworden als de 18 Lohan handen. Deze sets zijn de basis technieken geworden voor de later zo befaamde Shaolin methoden voor zelfverdediging.

Omstreeks 1644 vielen de Manchus China binnen. Toen zijn eenmaal aan de macht waren werd Peking hun hoofdstad, Peking was toen een verboden stad voor niet Manchus. Het volk werd verdeeld in vier klassen. De hoogste klassen bestond vanzelfsprekend uit de Manchus, de tweede klasse bestond uit mensen uit het westen, zoals de Tibetanen en de Turken, de mensen uit het noorden vormden de derde klasse en de vierde en laagste klasse werd gevormd door de mensen uit het zuiden. Begrijpelijk is het dan, dat de mensen uit het zuiden het meest actief waren in de samenzweringen om de Manchus ten val te brengen. In de 17e eeuw zond keizer Kang Hsi een leger van de keizerlijke keurtroepen naar de grens. Dit omdat er daar verscheidene invallen gedaan werden door barbaren. Deze keizerlijke troepen werden echter door deze barbaren in de pan gehakt. Keizer Kang Hsi vroeg toen vrijwilligers uit het volk om hem te helpen het land te verdedigen. 128 Monniken uit het Shaolin klooster van de provincie Fukien, meldden zich aan. Zij waren zeer succesvol in de strijd tegen de barbaren. En wel zo, dat er geen enkele monnik werd verwond of gedood. Daarna marcheerden de monniken naar Peking, al waar de keizer hun uit dankbaarheid een jade ring gaf. De ring bestond uit drie schakels, een zwaard en een keizerlijke lakzegel in de vorm van een driehoek.

De vijf stijlen

De jaren gingen voorbij en de faam van het klooster en zelfverdedigingskunst groeide. Toen de keizer stierf en de drakentroon van eigenaar verwisselden begon de nieuwe gouverneur van de provincie Fukien laster praatjes over de tempel rond te strooien (omdat hij jaloers was geworden op de beroemdheid van de monniken). De jonge keizer, die bang was dat de monniken zich eens tegen hem zouden keren, gaf het bevel de tempels onmiddellijk te vernietigen. De tempels konden uiteindelijk pas vernietigd worden door verraad van een monnik. Deze bracht de keizerlijke troepen namelijk via een omweg, het klooster binnen. Ongewild heeft de jonge keizer er echter aan bijgedragen dat de fameuze Shaolin vuist stijl buiten de tempel, aan niet monniken onderwezen werd. Slechts vijf, van alle monniken, overleefden de verwoesting van het klooster. Hier onder bevond zich ook een vrouwelijke monnik, genaamd Ng Moi. Zij zou later een vrouwelijke leerling krijgen die het Wing Chun systeem zou ontwikkelen. De andere vier monniken waren; Jee Shin Shim Shee, Fung Doe Duk, Mew Hin Too en Bok Mei Too Jung. Zij vormden elk afzonderlijk een bepaalde stijl. Zo kennen we nu nog vijf (hoofd)stijlen; Ta Hung Men, Liu Chia, Tsai Chia en Li Chia en Mo Chia. Deze stijlen heten ook wel; Hung stijl, Li stijl, Mo stijl, Choy stijl en Ta Sheng Men stijl (of Apen stijl). De stijl die we nu Kempo noemen (deze naam is eigenlijk niet goed, omdat Kempo de Japanse benaming is van het Chinese Kueng of Chuan, dus vuist) vindt zijn oorsprong in de Hung stijl. Dit omdat deze stijl de vijf dierstijlen in zich heeft (van de originele Ng Ga Kin). De vijf dierstijlen zijn; de Tijger, de Kraanvogel, de Luipaard, de Slang, en de Draak.

De verspreiding van Shaolin Kempo

In het voormalig Nederlands Indië, werden vele Chinese stijlen veranderd en vermengd met andere stijlen uit die streken. Dit kwam omdat er in dit land veel verschillende rassen woonden. Zo is het Kun Tao ontstaan. Na de Japanse bezetting werd dit weer Kempo genoemd omdat in die tijd Chinese namen taboe waren. Via Indonesië is het Kempo naar Nederland gekomen in de jaren zestig. Daar hebben o.a. Carl Faulhaber en Gerard Meijers het Kempo verspreid en bekend gemaakt onder de Nederlanders. Binnen het Kempo zijn er meerdere vertakkingen te vinden, zoals deze ook aanwezig zijn bij Karate en het Indonesische Pentjak Silat. De meest gangbare stijl is het Shaolin Kempo, maar daarnaast zijn er ook vertakkingen en complete andere stijlen zoals het Shorinji Kempo, wat meer Japanse roots heeft.